Energiewissel, spoor 11a (stadsverwarming)

2019. In het Polderlandse Klimaatakkoord is voor stadsverwarming een belangrijke rol weggelegd. Recent zijn er verschillende berichten naar buiten gekomen over grote problemen bij warmtebedrijven.

Op papier staat het mooi: waarom gebouwen verwarmen met aardgas, als het ook kan met de restwarmte van industrie, elektriciteitscentrales, data-centers of afvalverbrandings-centrales? 

Bij verbranding van restafval wordt de vrijkomende hitte gebruikt in turbines om met stoom elektriciteit op te wekken. En deels voor de productie van heet water voor transport naar de afnemers. En zoals altijd: wie het dichtst bij het vuur zit verwarmt zich het best. Terwijl het hete water naar het eindpunt in afgelegen wijken en torenhoge flats stroomt, koelt het af en moet ter plekke worden bij-verwarmd (met aardgas of diesel-aggregaten misschien).

Een warmtenetwerk hoort normaliter bij een elektriciteitscentrale waarbij via een warmtewisselaar de restwarmte wordt benut voor het verwarmen van woonwijken of kassen. Utrecht heeft een warmtenetwerk sinds 1923, maar verder zijn er niet veel warmtenetwerken omdat de grote centrales als de RWE–centrale Eemshaven vaak té ver staan van stedelijke bebouwing.

Stadsverwarming is dus weggelegd voor grote steden Rotterdam en Amsterdam. Anno 2019 lagen de meeste verbranders van het AEB stil en de reeds verkochte warmte kon niet worden geleverd. Het aangevoerde stedelijk vuilnis inclusief vervuild rioolslib kon daar voorlopig niet worden verwerkt. Zeker 6 maanden zouden de klanten in de kou zitten. Toen zijn aggregaten op de fossiele brandstof diesel ingezet. Andere afvalbedrijven konden de problemen deels en tijdelijk oplossen, maar dan moest AEB de extra kosten betalen voor het transport van het afval naar andere afvalverbrandingsinstallaties en voor de kosten om importcontracten voor buitenlands afval af te kopen. En AEB had dat geld niet beschikbaar.

De financiële situatie bij de Amsterdamse vuilverbrander was veel eerder onhoudbaar dan tot nu toe bekend. In mei van dit jaar vroeg het bedrijf de gemeente al om een noodkrediet, omdat AEB anders failliet dreigde te gaan. Dit was zes weken voordat de verbrander twee derde van zijn ovens stillegde vanwege technische problemen, wat leidde tot acute liquiditeitsproblemen en een zomer vol crisisoverleg. De 100% aandeelhouder gemeente Amsterdam stelde in enkele maanden van dit jaar in totaal 80 miljoen euro ter beschikking. Ook om de overvolle vuilnisbelt over de rest van het land te verspreiden en om de stilgelegde verbrandings-ovens en warmteleverantie aan nabijgelegen Amsterdamse huishoudens weer gangbaar te maken. November 2019: Vuilverbranding AEB gaat weer doen waarvoor die ooit is opgericht: afval verbranden en energie opwekken. Geen biomassa-bijstook. Januari 2020: Amsterdam heeft de afgelopen maanden tientallen miljoenen euro’s in het noodlijdende bedrijf gestoken. De gemeente heeft sinds oktober geprobeerd een deel van het bedrijf te verkopen aan een publieke of private partij, en wil nu alle aandelen van de hand doen.

Voor grote stedelijke bebouwing blijkt het installeren van warmtenetten een probleem te zijn. Zo sloot in 2017 het Warmtebedrijf van Rotterdam een contract met Nuon om overtollige warmte te leveren aan 13.000 huizen in Leiden. Dit jaar werd duidelijk dat dat niet gehaald zal worden. De aanleg van de pijplijn is stil komen te liggen. En zo liggen de zaken er ook voor m.b.t warmtelevering aan Rotterdamse huishoudens: de enorme hoeveelheden warmte die industrieën in de Rotterdamse haven in lucht en water lozen zou te gebruiken zijn voor het verwarmen van zo’n half miljoen huizen in Rotterdam. Een faillissement van het Warmtebedrijf kan de gemeente uiteindelijk honderden miljoenen euro’s gaan kosten. Bij het Hoog-Temperatuur-warmtenet in Tilburg is het ook al geen koek en ei. In de Reeshof zijn leidingen van het warmtenet gesprongen in 1014, 2018 en 2019. Vrijwel alle warmte in dit net wordt geleverd door een KOLEN-centrale, de Amercentrale. De kolen in deze centrale worden geleidelijk vervangen door houtpellets uit het buitenland. Die bijstook kost 1,2 miljard euro aan extra subsidie.

Transport van tot gruis vermalen en tot pellets gestampte gezonde bomen per boot van ver aangevoerd is kolderiek, want de luchtkwaliteit wordt er beslist niet mee verbeterd. Ook bij het transport van heet water naar woonhuizen enz. gaat veel warmte verloren.

Het probleem voor de inwoners is verder, dat aansluiting op een warmtenet VERPLICHT is en dat het tarief van die warmteleveranties wettelijk gekoppeld is aan de laatste, sterk stijgende GASPRIJS. Hier gaan de voordelen naar de exploitanten en de (verplichte) gebruiker betaalt onnodig teveel.

Data-centers verbruiken steeds meer stroom. Hun restwarmte zou kunnen worden gebruikt in warmte-netten om woningen aardgasvrij te maken. Dat heeft echter ook nadelen, qua prijs en CO2-uitstoot. Voor Nederlandse gehuchten, dorpen, grote, middelgrote en kleinere steden zijn warmtenetten geen oplossing ter besparing van gasverbruik bij levering van warmte aan woonhuizen en kantoren.

Spoorboekje (naar het overzicht van de items): https://bit.ly/2oRFBTU